Hoe kon het zo misgaan in de opiniepeilingen in Amerika?

Kiezer laat zich steeds moeilijker peilen

Menig Amerikadeskundige ging een hoed of ander taai kledingstuk opeten en dozijnen bekende Amerikanen pakten hun boeltje als Donald Trump president zou worden. Die grootspraak voorafgaande aan de verkiezingen van dinsdag was een berekende gok. Hillary Clinton zou immers vrijwel zeker winnen. Zo’n 90% kans, luidde de laatste peiling.

De werkelijke uitslag ligt niet alleen de bluffers zwaar op de maag. De associatie van Amerikaanse opiniepeilers AAPOR kondigde woensdag een diepgravend onderzoek aan naar de handelwijze van zijn 2000 leden. Opiniepeilingen zijn te belangrijk in het democratische proces om zulke blunders mee te begaan, vinden ze ook zelf.

Willekeurig

Jelke Bethlehem, bijzonder hoogleraar ‘survey methodology’ in Leiden weet wel wat er mis is met de peilingen. ‘De steekproeven zijn niet netjes getrokken’, zegt hij. De meeste peilingen in Amerika lopen via webpanels, bevolkt door mensen die het leuk vinden om eraan mee te doen. Dat is niet representatief.

Hetzelfde euvel geldt voor telefonische peilingen. ‘Wat je zou willen is een telefoonboek met alle telefoonnummers. Ik weet niet of u nog wel eens een telefoonboek heeft gezien?’ Nog maar de helft van de kiezers is via een vaste lijn te bereiken. De andere helft wordt via willekeurig gegenereerde mobiele nummers benaderd. ‘Mensen die zo gebeld worden, willen niet meedoen’, zegt Bethlehem. De non-respons is 90%.

Polling disaster

‘Dat zulke steekproeven niet representatief zijn weten we sinds de UK polling disaster’, legt Bethlehem uit. Alle peilers voorspelden in de Britse parlementsverkiezingen van 7 mei vorig jaar een nek-aan-nek race tussen Labour en de Conservatieven en een ‘hung parliament’. David Cameron won juist met een overweldigende meerderheid van 7% en kon alleen regeren. Diepgaand onderzoek naar de miskleun toonde aan: geen representatieve steekproeven. Alle andere factoren bleken van ondergeschikt belang.

De hoogleraar, die 36 jaar werkte bij het Centraal Bureau voor de Statistiek, hecht ook niet veel waarde aan wat in Nederland de ‘gordijnfactor’ wordt genoemd. Dat zijn kiezers die tegenover de peiler een andere voorkeur opgeven dan in het stemhokje. In Amerika zijn peilers die dat als excuus opvoeren. Vooral vrouwen zouden niet zeggen dat ze op Trump wilden stemmen.

Laag ingeschat

Het onderzoek in het VK toonde aan dat wat daar de ‘Shy Tory factor’ werd genoemd, het fenomeen dat iemand met een Labour-achtergrond stiekem voor de Conservatieven stemt, geen rol speelde. Ook in de VS zeggen de meeste peilers dat schaamte bij de Trump-aanhang geen rol speelt. Maar wel de afkeer van instituties en het wantrouwen over peilingen.

Volgens Bethlehem is ook de opkomst een ‘hele storende variabele’. Trump werd in de peilingen systematisch 4% te laag ingeschat. ‘Het lijkt plausibel dat er een heleboel blanke arme en werkloze mannen waren, die ineens op hem zijn gaan stemmen.’

Miskleun

Ook Nate Silver, een big-datagoeroe die zijn reputatie vestigde met een correcte voorspelling van de uitslag in 49 staten in de verkiezing van Barack Obama in 2008 en dat voor alle 50 staten herhaalde in 2012, viel dinsdag van zijn voetstuk. Hij gaf Clinton 71% kans op het presidentschap en schatte onder andere Florida, Michigan en Pennsylvania verkeerd in.

Zelf relativeert hij zijn miskleun. Als van de 100 kiezers er maar één anders had gestemd, zou Clinton 307 kiesmannen hebben gekregen in plaats van 232. Dan zou de conclusie zijn geweest dat Trump door de kiezer wordt afgestraft omdat hij de politieke normen ondermijnt en de fatsoensnormen overschrijdt. En dat Amerika steeds progressiever wordt. En dat de Republikeinen hun aantrekkingskracht op de kiezer kwijt zijn.

Nu lijkt dat volslagen nonsens. Maar het zou volgens hem zeer plausibel worden gevonden als maar 1% van de kiezers niet op Trump maar op Clinton zou hebben gestemd.

Bron: Financieel Dagblad, Ulko Jonker

2016-12-08T16:02:40+00:00